Interview met Minou Bosua
"Wij zijn van nature scheppende wezens; in iedereen zit een kunstenaar." Dat zegt theatermaker Minou Bosua over La Vie Bohème, de nieuwe beweging die ze in gang wil zetten. Met die beweging hoopt MINOUX, het theatergezelschap van Minou, de kracht van creatie terug te brengen in de samenleving. Dat doet ze bovendien mét die samenleving, waarbij ze iedereen uitnodigt om mee te doen. En dat is belangrijk: “De werkelijke waarde van creativiteit blijft voortdurend onderbelicht.”
Een samenleving bouwen die gedreven wordt door creativiteit. Niet gestuurd door het grote geld, maar door werkelijke waarde. Dat is de doelstelling van La Vie Bohème. “De economisch gestuurde samenleving is moreel failliet”, staat te lezen op de website van MINOUX. “Laten we alle creativiteit die we in ons hebben aanboren en inzetten voor een nieuwe manier van samen leven. We verlangen naar een samenleving waarin we met plezier en empathie, in gelijkheid, verbinding, vrijheid en vrede met elkaar het leven aangaan.”
De ultieme opera
Toch begon La Vie Bohème niet alleen met ideologie. “Er zijn vele aanleidingen voor deze beweging”, vertelt Minou. “Zo wil ik al heel lang een opera maken. Want in een opera kun je grote thema’s bespreken in een interdisciplinaire setting. Opera schuwt het grote gebaar niet, het is iets monumentaals. Dus het stond al heel lang op mijn wensenlijst. Daarnaast laat ik bij ál mijn voorstellingen het publiek deelnemer zijn. Het zijn participatieve voorstellingen, er is veel uitwisseling tussen het publiek en ons als makers. Met La Vie Bohème wil ik de ultieme participatieve opera maken, waarbij er geen onderscheid meer is tussen het publiek en de opera.”
“We verlangen naar een samenleving waarin we met plezier en empathie, in gelijkheid, verbinding, vrijheid en vrede met elkaar het leven aangaan.”
Tegelijkertijd wilde de kunstenaar, zoals óók in al haar voorstellingen, een groot maatschappelijk thema aansnijden. Minou: “Ik heb me daarbij laten inspireren door de klassieke opera van Puccini, La Bohème, waarin jonge kunstenaars hun huur niet meer kunnen betalen en ten onder gaan aan ziekte en armoede. Maar ook door de musical Rent, die hetzelfde thema aansnijdt. Het economische model waarin wij vastzitten als samenleving, is altijd leidend, bij alle belangrijke keuzes die we maken. En daar worden we niet per se beter, gezonder of gelukkiger van. Begrijp me goed: ik ben niet tegen geld als ruilmiddel of tegen de vrije markteconomie. Wel ben ik tegen het economische systeem waar wij allemaal inzitten. Wist je dat onze ‘reële economie’, dat is de werkelijke waarde van alle producten en diensten in de wereld, maar een topje van de ijsberg is? En dat de zogenaamde ‘financiële economie’ vijf keer zo groot is! Dat geld zit in bijvoorbeeld pensioenfondsen, speculaties en belastingen. Het wrange is dat wij met dat topje van die ijsberg enórm hard werken om het systeem van die financiële economie in stand te houden. Wat als we dat loslaten? Hoe ziet dat er dan uit? We moeten naar minder geld, en meer waarde.”
Geen plek voor de kunstenaar
Onderzoeken hoe zo’n systeem eruitziet, is volgens Minou hard nodig. “De werkelijke waarde van creativiteit blijft voortdurend onderbelicht”, vertelt ze. “Er is letterlijk geen plek voor de kunstenaar. Ook hier in Den Bosch is dat niet makkelijk. Kijk bijvoorbeeld naar het nieuwe Theater aan de Parade. Hartstikke mooi natuurlijk, maar daar staat een gigantisch pand: op hele dure grond… dus het is bijna onmogelijk om dat rendabel te maken. En als de kosten dan uit de klauwen lopen, dan is de publieke opinie: “Kijk, theater slurpt ons gemeenschapsgeld op.” Maar dat gemeenschapsgeld is naar projectontwikkelaars en aannemers gegaan. We zitten in een systeem, waarin we het heel gewoon zijn gaan vinden dat grond en gebouwen enorm duur moeten zijn. Waarom?! Nog een frappant punt in dat hele prachtige gebouw: in heel het Theater aan de Parade vind je geen enkel repetitielokaal of atelier waar kunstenaars hun werk kunnen maken of kunnen repeteren. Dat is overigens geen verwijt aan het theater; het is een voorbeeld van hoe definiërend het systeem is voor álles. Je ontkomt er gewoon niet aan.”
Onmisbare kracht
“Dít is de tragiek: we zijn allemaal heel hard aan het werk om het systeem van dure grond en vastgoed in stand te houden en te bekostigen”, vervolgt Minou. “En dat is ten koste gegaan van onze creativiteit; die is immers niet in economische waarde uit te drukken. Maar in creativiteit zit de wérkelijke waarde die wij als mens te bieden hebben. Wij zijn van nature scheppende wezens; in iedereen zit een kunstenaar. Vroeger hebben we onze innovatiekracht, ons talent om te maken en onze creativiteit keihard nodig gehad om te kunnen overleven. En nog steeds hebben we creatieve geesten nodig om dingen te veranderen in de wereld. Bovendien zijn het kunst en creativiteit die ons leven glans geven. Onze creatiekracht is een intense kracht; laten we daar alsjeblieft iets moois mee doen!”
“Er is niemand die op zijn sterfbed zegt: “Waren die aandelenkoersen maar wat harder gestegen”. Creativiteit is de waarde waarmee we de mens levend houden. Helaas zijn we een andere god gaan aanbidden: de god van het grootkapitaal. We moeten van het grootkapitaal van aandeelhouders naar het grootkapitaal in onszélf: onze creatiekracht.”
“We moeten van het grootkapitaal van aandeelhouders naar het grootkapitaal in onszélf: onze creatiekracht”
2.000m2 vrije grond
Het visioen dat Minou tijdens het proces ontwikkelde: 2.000m2 vrije grond, voor eeuwig geschonken aan de creativiteit. Dat ‘voor eeuwig’ moet nog wat meer vorm krijgen, want er ís weliswaar grond die gebruikt mag worden, maar die grond is nog niet ‘vrij’ én wordt vooralsnog alleen in de maand juni ingezet. In die maand wordt de voormalige IJzergieterij in Den Bosch beschikbaar gesteld om een nieuwe samenleving te bouwen. De hele maand juni bruist en bubbelt het hier van de creatiekracht. “De IJzergieterij is in juni onze oefenruimte”, vertelt Minou. “Daar onderzoeken we samen hoe dat eruit ziet: een samenleving die gedreven wordt door creativiteit. We nodigen iedereen uit om daarover mee te denken én doen!”
Op die uitnodiging gingen tot nu toe al vele Bosschenaren in. Minou: “Er is een beweging ontstaan van mensen die zich hebben aangesloten bij het visioen van 2.000m2 vrij grond en de zoektocht naar een nieuwe samenleving. In juni bouwen zij in de IJzergieterij mee met onder andere workshops, lessen, voorstellingen en exposities. Huis73 laat kinderen leidend laten zijn in hun creatiedrift, om ze op die manier in aanraking te laten komen met kunst en cultuur, er zijn openbare repetities van koren en theatergezelschappen, er worden dansmiddagen georganiseerd, er zijn voorgesprekken, nagesprekken, er is een grijze wijze raad aanwezig voor al je levensvragen, er zijn mensen die soep maken… En nog véél meer. Het idee is dat we daarbij uitgaan van een ander uitwisselingssysteem dan geld. En dan krijg je dus vormen als: als ik mee mag doen met jouw dansmiddag, dan maak ik soep voor jou. Dat soort dingen.”
Hilarische en hoopvolle zoektocht
Daarnaast maakt de kunstenaar een voorstelling [Mv1] over de zoektocht van het afgelopen jaar. Minou: “In die voorstelling laten we de ‘making of’ van de nieuwe opera zien. We zien het proces dat de kunstenaar de afgelopen periode heeft doorlopen om haar verlangen naar een nieuwe samenleving werkelijkheid te laten worden. Het publiek kijkt met mij mee. Zo zie je scènes en gesprekken met gemeenteambtenaren, vastgoedeigenaren, inspiratoren, kunstenaars, visionairs en bestuurders. En je ziet hoe langzaam een beweging ontstaat van mensen die aansluiten op de weg naar een creatief gedreven maatschappij. Het is een wanhopige, hoopvolle, komische en ontroerende zoektocht.”
Tussen podium en publiek
De voorstelling wordt een mix van theater, film, muziek, documentaire en live performance. Bovendien wordt in de voorstelling duidelijk dat deze feitelijk nog niet af is. Minou: “Dat voel je meteen als je de zaal binnenkomt: alles ademt het gevoel van een proces dat nog gaande is. Het is een ruimte in wording én een voorstelling in wording. En het publiek mag daar een rol in spelen. Zo wordt de voorstelling afgesloten met een samenzang van de door Merlijn Twaalfhoven gecomponeerde stadshymne door verschillende koren uit de stad.” Daarmee is de hele beweging La Vie Bohème volgens Minou dé ultieme opera. “Ik wil geen scheiding meer tussen het publiek en mijn voorstelling”, zegt ze. “Samen bepalen we de inhoud. Je hebt een publiek en je hebt een podium. En daar tussenin is de samenleving. Die stroom probeer ik theatraal te maken. Hoe dat eruit gaat zien, weet ik nog niet helemaal. Maar is dat erg? Durven we het open te laten? Mag het mislukken? Het is één grote poging en dat is precies wat het zou moeten zijn.”
“Durven we het open te laten? Mag het mislukken?”
“Als letterlijk spetterende afsluiting van La Vie Bohème, komt er een wrap up op 23 juni waarbij we laten zien: dít is wat wij samen geoefend hebben in de stad”, vervolgt Minou. “Dat wordt wederom een badsessie, net zoals ik tijdens de eerste scriptlezing heb gedaan, en waarbij ik het liefst met de burgemeester in bad ga. Zo kan ik hem letterlijk onderdompelen in La Vie Bohème.”
Doe mee!
Een nieuwe samenleving bouwen lukt alleen als die gedragen wordt door het volk zelf. Daarom spoort Minou iedereen aan om mee te doen: “Kom oefenen, kom ontdekken wat er gebeurt als we uitgaan van creatie. Hoe dat eruit ziet? Het mooie is, ik heb geen idee! Hoe werkt het, wáár kan het werken, wat kunnen we doen? We bouwen samen aan een nieuwe gemeenschap, voor elkaar en met elkaar. Verzin maar wat het zou kunnen zijn!”